Waar moet ik technisch rekening mee houden?

Uit Games2Learn
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Testen van de software

Technisch gezien is het vooral belangrijk om de software goed te testen alvorens met het project van start gaat. Zowel bij Active Worlds als bij Second Life is het verstandig niet alleen oppervlakkig te testen of de software op één computer draait, maar ook hoe het netwerk functioneert wanneer er bijvoorbeeld 15 computers tegelijk de virtuele omgeving proberen te benaderen. Test de software ook over een langere tijd, door bijvoorbeeld een uur de software te laten draaien. Zeker bij Second Life is het de moeite waard om de performance goed te testen en de grafische instellingen waar mogelijk aan te passen om deze performance te verbeteren.

Welke omgeving is geschikt?

Het is van belang om de virtuele omgeving te kiezen die bij het project past. Second Life en Active Worlds verschillen op een aantal punten van elkaar. Ten eerste zijn de systeemeisen verschillend. Second Life is grafisch sterker en bevat een simulatie van natuurkundige krachten. Dit vereist echter meer processorkracht, een goede grafische kaart en een hogere bandbreedte. Active Worlds is op veel meer systemen goed inzetbaar. Als richtlijn voor de benodigde bandbreedte kan 8Mbit/s voor Second Life en 2Mbit/s voor Active Worlds gebruikt worden.

Systeemeisen

Active Worlds:

Windows 98, ME, NT4, 2000, XP Processor: Pentium II 300Mhz, 800Mhz of sneller aanbevolen Geheugen: 64MB, 256MB RAM aanbevolen Software: Windows Media Player 6.4 of hoger Harde schijf ruimte: minimaal 300MB Video/Grafische kaart: DirectX 8.1 compatibele kaart

Second Life:

Windows XP (Service Pack 2) Windows 2000 (Service Pack 4) Windows Vista Processor: 800MHz Pentium III or Athlon en beter Geheugen: 512MB Video/Grafische kaart voor XP: nVidia GeForce 2, GeForce 4mx en beter, ATI Radeon 8500, 9250 en beter Video/Grafische kaart Vista: nVidia GeForce 6600 en beter, ATI Radeon 9500 en beter, Intel 945 chipset

Software en instellingen

Wanneer gebruik wordt gemaakt van Active Worlds moet het programma TrueSpace geïnstalleerd worden als leerlingen meer geavanceerde objecten moeten maken die niet met de interne bouwtool gemaakt kunnen worden. Dit programma kan voor scholen gratis gedownload worden. Voor Second Life dienen alleen de benodigde poorten voor dat programma worden open gezet. Voor deze virtuele omgeving zijn geen andere programma’s en netwerkprotocollen nodig.

Active Worlds maakt tijdelijke kopieën van sommige onderdelen van een virtuele omgeving als deze wordt bezocht. Deze worden opgeslagen in de installatiemap van Active Worlds. Deze zogenaamde cache bestanden worden door de software regelmatig verwijderd zodat altijd de nieuwste versie van omgeving zichtbaar is. Wanneer de software door rechteninstellingen niet de bestanden leeg kan gooien kan de virtuele omgeving niet goed functioneren. Second Life maakt ook dit soort cache bestanden aan. Deze programma’s moeten kunnen schrijven in hun eigen installatiemap.

Scriptingtaal

De scriptingtaal van Second Life is veel uitgebreider dan de mogelijkheden van Active Worlds. Beide kunnen gebruikt worden om objecten te animeren en er interactie mee te hebben. Voor animaties als het draaien van deuren en het tonen van informatie na een druk op een knop zijn de scriptingmogelijkheden van Active Worlds afdoende. De simpelere scriptingtaal van Active Worlds is in dat geval zelfs vaak makkelijker in vergelijking met Second Life. Voor uitgebreidere scripts waarmee bijvoorbeeld een interface met een database gemaakt moet worden is de taal van Second Life veel geschikter. De taal van Second Life is meer een volwaardige programmeertaal in vergelijking met Active Worlds

Aanpassen van avatars

Standaard bevat Active Worlds een aantal avatars die de gebruiker tot zijn/haar beschikking heeft. Wanneer deze avatars aangepast moeten worden, moet dit gedaan worden in een extern modelleringsprogramma zoals TrueSpace. In Second Life kan de avatar in de software zelf tot in detail worden aangepast. Eén project had de eis dat het haar van de avatars aangepast moest kunnen worden. Second Life is daar veel meer voor geschikt, en deze verandering kan met een muisklik worden gedaan. In Active Worlds zou daarvoor een compleet nieuw model gemaakt moeten worden, wat daarna weer geïmporteerd moet worden.

Uploaden en downloaden

Gebruikers moeten in het geval van Active Worlds en iets minder mate bij Second Life ook de mogelijkheid hebben om plaatjes en video’s te downloaden en uploaden. Het is dus handig als leerlingen deze van het internet kunnen halen en gebruiken. Voor het gebruik van bijvoorbeeld plaatjes in de virtuele omgeving is er een verschil tussen Second Life en Active Worlds. Bij Active Worlds kunnen leerlingen het plaatje via FTP uploaden en vanuit Active Worlds linken naar de locatie van dit plaatje. Dit soort plaatjes worden ook wel textures genoemd.

In Second Life moeten plaatjes echter naar de servers van Second Life geupload worden. Dit wordt gedaan in de software van Second Life zelf. Het uploaden van textures in Second Life kost 10 Linden Dollar. De Linden Dollar is een soort virtueel betalingsmiddel. Linden Dollars kunnen via de website van Second Life gekocht worden. Bij een project in Second Life dient er dus ook een klein budget te zijn voor het uploaden van textures. Tijdens de pilot kreeg iedere leerling 150 Linden Dollar voor als zij textures moesten uploaden. Dit was ruim voldoende voor de leerlingen. Ongeveer 260 Linden Dollar staat gelijk aan 1 Amerikaanse Dollar. Daarnaast heeft iedere avatar in Second Life standaard de beschikking over een uitgebreide collectie textures (bijvoorbeeld hout en bakstenen) waarmee een leerling goed mee uit de voeten moet kunnen.

Heeft iedereen toegang?

Bij Active Worlds kunnen externe mensen als een zogenaamde bezoeker toegang krijgen tot de virtuele omgeving (eventueel kan dat ook uitgezet worden). Eventueel zouden ouders bijvoorbeeld uitgenodigd kunnen worden na het project om zelf een kijkje te komen nemen in de virtuele omgeving. In principe kunnen alleen gebruikers met inloggegevens bouwen. Toegang tot de virtuele omgeving kan zó ingesteld worden, dat alleen gebruikers met een account toegang hebben. Active Worlds kan gebruikt worden door gebruikers van alle leeftijden.

Bij Second Life werkt dit echter heel anders, en het is de moeite waard om bij dit proces stil te staan. De makers van Second Life, Linden Lab, hebben voor een constructie gekozen waardoor in principe alleen tieners toegang hebben tot een eigen gedeelte van Second Life. Ook moeten er hierbij keuzes gemaakt worden die er voor zorgen dat de virtuele omgeving binnen Second Life een onderdeel wordt van een overkoepelende virtuele omgeving, of dat deze omgeving compleet op zichzelf staat.

Teen Grid

Deze virtuele omgeving voor tieners wordt ook wel de Teen Grid genoemd. De Teen Grid is een omgeving voor gebruikers van 13 tot en met 17 jaar oud. Gebruik van Second Life voor het primair onderwijs is daarmee uitgesloten. Volwassenen worden alleen toegelaten na een background check en wanneer zij als docent betrokken zijn bij het project. Indien een background check al gedaan is voor bijvoorbeeld indiensttreding bij een educatieve organisatie, dan volstaat deze check. Een bevestiging van het hoofd van de desbetreffende organisatie dat alle medewerkers die aan het project meedoen al een check hebben gehad is in dit geval afdoende. Een eventuele ontwikkelaar die aan het project meewerkt voor ondersteuning kan ook na een background check toegang krijgen tot de omgeving.

Om binnen de Teen Grid als volwassene te communiceren met leerlingen is het nodig dat de leerlingen zich via een aparte registratieapplicatie aanmelden. Dit wordt door Linden Lab omschreven als het ‘closed island’ model. Linden Lab heeft een interface ontwikkeld genaamd RegAPI, waarmee gebruikers kunnen worden aangemaakt voor de virtuele omgeving. Op deze manier hebben de leerlingen die zich op deze manier registreren alleen toegang tot het land van het educatieve project. Alleen bij deze registraties en het land als gesloten omgeving kunnen volwassen via IM (Instant Messages) communiceren, groepen aanmaken en objecten uitwisselen. Het is niet mogelijk voor deze leerlingen om zich in de andere landen van de Teen Grid te begeven. Gewone gebruikers van de Teen Grid hebben geen toegang tot het land.

Wanneer gekozen wordt voor het zogenaamde ‘open island’ model, waarbij de eigenaar van het land aangeeft dat dat land voor iedereen toegankelijkis, zijn de mogelijkheden voor volwassenen om te communiceren sterk beperkt. Het is dan alleen mogelijk de publieke chat functie te gebruiken. Men kan zich niet direct tot één bepaalde leerling of een bepaalde groep leerlingen richten. Registraties van leerlingen voor een ‘open island’ model geschieden via de normale Teen Grid registratie procedure op de Second Life website. Zij hebben dan wel toegang tot alle andere eilanden die er in de Teen Grid zijn.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Pagina's bewerken
Browsen/zoeken
Hulpmiddelen