Hoe kan ik het project het best organiseren?

Uit Games2Learn
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Grootte van de projectgroep

Zeker bij een eerste project met virtuele omgevingen is het aan te raden met een kleine groep aan de slag te gaan. Een project met 15 leerlingen is goed te managen en er kan eenvoudig overzicht gehouden worden over wat leerlingen aan het doen zijn. Ook moeten leerlingen bij een eerste project de ruimte krijgen om expertise op te doen met de werking van de virtuele omgeving. Bij toekomstige projecten kan de projectgroep worden uitgebreid, waarbij leerlingen uit het eerste project de nieuwe leerlingen weer kunnen ondersteunen en helpen.

ICT-vaardigheden van de leerlingen

Sommige projecten uit de pilot zijn gedaan door leerlingen die zichzelf hebben opgegeven. Bij andere projecten zijn leerlingen gevraagd waarvan men wist dat die interesse hebben in dit soort projecten. Ook kan er kan gekozen worden voor een groep leerlingen die de opdracht vanuit school krijgen. Een zeker enthousiasme voor de virtuele omgeving valt te verwachten bij leerlingen die zichzelf hebben opgegeven. Leerlingen die gevraagd zijn aan de hand van hun interesse vertoonden ook dit enthousiasme. Leerlingen die de opdracht hebben gekregen om mee te doen worden vaak enthousiast als ze de virtuele omgeving zelf een keer zien.

Leerlingen die zichzelf opgeven zijn uiteraard vaak enthousiaster dan leerlingen die dat niet hebben gedaan. Toch betekent dit niet dat virtuele omgevingen alleen bruikbaar zijn voor leerlingen die bijvoorbeeld in hun hobby ook veel met ICT bezig zijn, of op school vaak met computers werken. Leerlingen die nog niets weten van virtuele omgevingen of niet precies weten wat het is worden vaak enthousiast als ze deze keer zien en ermee aan de slag gaan. Virtuele omgevingen liggen binnen de belevingswereld van veel leerlingen. Ongeveer 50% van de leerlingen die aan de pilot van Kennisnet mee hebben gedaan bevindt zich regelmatig een online virtuele omgeving zoals Habbo Hotel of World of Warcraft.

Grootte van de projectomgeving

Het project moet niet te groot gemaakt worden. Een vakoverstijgend project kan qua leerdoelen heel interessant zijn, maar is veel moeilijker te managen. Een goede afstemming voor samenwerking is daarvoor nodig. Ook kosten zulke projecten veel tijd. Een kleiner project gericht op bijvoorbeeld één thema of onderwerp, waarin bijvoorbeeld maximaal vijf objecten worden gemaakt is beter om mee te starten. Wanneer docenten meer ervaring hebben en leerlingen met ervaring voor ondersteuning kunnen zorgen heeft een groter opgezet project meer kans van slagen.

Communicatie

Om communicatie met en tussen de leerlingen te faciliteren is het aan te raden een projectomgeving te maken in bijvoorbeeld de ELO. Hiermee kan de docent makkelijk alle leerlingen bereiken die aan het project meedoen, ook als deze uit verschillende klassen komen. Afspraken die over het project zijn gemaakt kunnen hier ook op worden geplaatst. Leerlingen kunnen daarnaast ook in discussie met elkaar gaan over het project, en eventueel vragen stellen aan elkaar. Het is aan te raden een wekelijkse bijeenkomst te hebben voor het project waarin iedereen zijn/haar probleem voor kan leggen aan de groep. De kans is groot dat een andere leerling de oplossing weet. Ook kan bij een wekelijkse bijeenkomst de voortgang van het project worden doorgenomen, en kan waar nodig worden bijgestuurd door de docent. Door de resultaten van de andere groepen kunnen leerlingen verder gestimuleerd en geënthousiasmeerd worden, en het creëert een groepsgevoel.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Pagina's bewerken
Browsen/zoeken
Hulpmiddelen